Even daar zijn, waar zij wonen Daar loopt ze met haar rode vacht,
Door velden van ruig heidegras
En spoed ze zich naar de andere zij,
Waar ze zich voegt in de lange rij,
Behorend tot haar schotse ras.
De lucht is tot aan de kim oranjegeel.
En het ven kleurt ook al even veel.
Het verontrust de dieren niet,
Dat ik hier sta en volop geniet...
En zo maar voor natuurmens speel.
Silhouetten steken steeds scherper af.
Een televisiemast die de geest eens gaf,
Kan ik tussen het lover nog ontwaren.
Vredig is de lucht, om te bewaren.
Alleen ver weg hoor ik nog wat geblaf.
D.Pat21-11-2011
|
|
|